Bijwoorden van plaats

Bijwoorden van plaats vertellen ons waar iets zich afspeelt. Ze worden gewoonlijk na het hoofdwerkwoord geplaatst of na de bijzijn die zij veranderen. Bijwoorden van plaats wijzigen geen bijvoeglijk naamwoorden of andere bijwoorden.

  • John looked around but he couldn't see the monkey.
  • I searched everywhere I could think of.
  • I'm going back to school.
  • Come in!
  • They built a house nearby.
  • She took the child outside.

Hier en daar

Here en there zijn gewone bijwoorden van plaats. Zij duiden een locatie aan met betrekking tot de spreker. Met werkwoorden van beweging betekent here means "naar de spreker toe of bij de spreker" en there betekent "van de spreker vandaan, of niet bij de spreker".

Zin Betekenis
Come here! Come towards me.
The table is in here. Come with me; we will go see it together.
Put it there. Put it in a place away from me.
The table is in there. Go in; you can see it by yourself.

Here en there worden gecombineerd met voorzetsels om veel gebruikelijke bijwoordelijke bepalingen te vormen.

  • What are you doing up there?
  • Come over here and look at what I found!
  • The baby is hiding down there under the table.
  • I wonder how my driver's license got stuck under here.

Here en there worden aan het begin van een zin geplaatst in uitroepen of als nadruk nodig is. Ze worden gevolgd door het werkwoord als het onderwerp een zelfstandig naamwoord is of door een voornaamwoord als het onderwerp een voornaamwoord is.

  • Here comes the bus!
  • There goes the bell!
  • There it is!
  • Here they are!

Bijwoorden van plaats die ook voorzetsels zijn

Veel bijwoorden van plaats kunnen ook als voorzetsels gebruikt worden. Indien gebruikt als voorzetsel, moeten ze door een zelfstandig naamwoord gevolgd worden.

Woord Gebruikt als bijwoord van plaats dat een werkwoord verandert Gebruikt als voorzetsel
around The marble rolled around in my hand. I am wearing a necklace around my neck.
behind Hurry! You are getting behind. Let's hide behind the shed.
down Mary fell down. John made his way carefully down the cliff.
in We decided to drop in on Jake. I dropped the letter in the mailbox.
off Let's get off at the next stop. The wind blew the flowers off the tree.
on We rode on for several more hours. Please put the books on the table.
over He turned over and went back to sleep. I think I will hang the picture over my bed.

Bijwoorden van plaats die eindigen op -where

Bijwoorden van plaats die eindigen op -where duiden het idee aan van een locatie, zonder een specifieke locatie of richting aan te duiden.

  • I would like to go somewhere warm for my vacation.
  • Is there anywhere I can find a perfect plate of spaghetti around here?
  • I have nowhere to go.
  • I keep running in to Sally everywhere!

Bijwoorden van plaats die eindigen op -wards

Bijwoorden van plaats die eindigen op -wards drukken beweging in een bepaalde richting uit.

  • Cats don't usually walk backwards.
  • The ship sailed westwards.
  • The balloon drifted upwards.
  • We will keep walking homewards until we arrive.

Pas op: Towards is een voorzetsel, geen bijwoord, het wordt dus altijd gevolgd door een zelfstandig naamwoord of een persoonlijk voornaamwoord.

  • He walked towards the car.
  • She ran towards me.

Bijwoorden van plaats drukken zowel locatie als beweging uit

Sommige bijwoorden van plaats drukken tegelijkertijd zowel beweging als locatie uit.

  • The child went indoors.
  • He lived and worked abroad.
  • Water always flows downhill.
  • The wind pushed us sideways.