Distributieven bij paren

De distributieve determinatoren both, either en neither zorgen voor de verdeling van een paar. Gewoonlijk kunnen deze woorden niet gebruikt worden om te verwijzen naar een groep van drie of meer individuen. Ze kunnen ook niet gebruikt worden om te verwijzen naar een groep van onbepaalde afmeting. Deze distributieven kunnen uitsluitend naar telbare zelfstandige naamwoorden verwijzen.

 

Gebruik van "both"

Both verwijst naar het volledige paar en is hetzelfde als "de ene en de andere". Both kan gebruikt worden met meervoudige zelfstandig naamwoorden die op zichzelf staan, of het kan gevolgd worden door "of", met of zonder een lidwoord. Indien gevolgd door een meervoudig zelfstandig naamwoord moet both gescheiden worden van het voornaamwoord door "of". Both kan niet gebruikt worden bij enkelvoudige zelfstandig naamwoorden omdat het naar twee voorwerpen verwijst.

Voorbeelden
  • Both children were born in Italy.
  • Both the children were born in Italy.
  • Both of the children were born in Italy.
  • Both my parents have fair hair.
  • Both of my parents have fair hair.
  • Both of us like skiing.
  • I told both of them to calm down.

Gebruik van "either"

Either is bevestigend en indien het alleen gebruikt wordt, verwijst het naar een van de twee leden van het paar. Het is hetzelfde als "de ene of de andere". Omdat het naar slechts een enkel lid van een paar verwijst, moet either gebruikt worden voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het kan ook gebruikt worden met een meervoudig zelfstandig naamwoord als het gevolgd wordt door "of".

Voorbeelden
  • I can stay at either hotel.
  • Either day is fine for me.
  • There are two chairs here. You can take either of them.
  • Either of you can come.
  • Either of the hotels will be fine.
  • I can eat either of the salads.

Either kan ook gebruikt worden met of in een constructie waarbij elk lid om de beurt besproken wordt. De betekenis blijft hetzelfde, maar in dit geval fungeert either niet als distributief. Het fungeert als een voegwoord.

Voorbeelden
  • You can have either ice cream or chocolate cake.
  • I will come on either Thursday or Friday.
  • You can either come inside or put on your raincoat.

Gebruik van "neither"

Neither is ontkennend en wanneer het alleen gebruikt wordt verwijst het naar het volledige paar. Het is hetzelfde als "noch het ene, noch het andere". Omdat het slechts naar een enkel lid van een paar verwijst moet neither voor een zelfstandig naamwoord staan. Het kan ook gebruikt worden met een meervoudig zelfstandig naamwoord of voornaamwoord indien het gevolgd wordt door "of".

Voorbeelden
  • Neither chair is any good.
  • Neither brother came.
  • Which bag do you want? Neither of them.
  • Neither of us were on time.
  • I think neither of these dresses fits me.
  • Neither of the children wanted to go.

Neither kan ook gebruikt worden met nor in een constructie waarbij om beurten over elk lid van het paar gesproken wordt. De betekenis blijft hetzelfde, maar in dit geval fungeert neither niet als distributief. Het fungeert als voegwoord.

Voorbeelden
  • You can have neither cookies nor candy.
  • It is neither raining nor snowing.
  • She is neither tall nor short.