Eenvoudige toekomende tijd

Functies van de eenvoudige toekomende tijd

De eenvoudige toekomende tijd verwijst naar een tijd die later is dan nu, en drukt feiten of zekerheid uit. In dit geval is er geen 'standpunt'.

De eenvoudige toekomende tijd wordt gebruikt:

  • Om een toekomstige gebeurtenis te voorspellen:
    It will rain tomorrow.
  • Met 'I' of 'We', om een spontaan besluit uit te drukken:
    I'll pay for the tickets by credit card.
  • Om bereidheid uit te drukken: I'll do the washing-up.
    He'll carry your bag for you.
  • In de ontkennende vorm, om onwilligheid uit te drukken:
    The baby won't eat his soup.
    I won't leave until I've seen the manager!
  • Bij 'I' in de vragende vorm met gebruik van 'shall', om iets aan te bieden:
    Shall I open the window?
  • Bij de vragende vorm met gebruik van 'shall', om een voorstel te doen:
    Shall we go to the cinema tonight?
  • Met 'I' in de vragende vorm met gebruik van 'shall', om om advies of instructies te vragen:
    What shall I tell the boss about this money?
  • Met 'you', om opdrachten te geven:
    You will do exactly as I say.
  • Met `you`in de vragende vorm, om iemand uit te nodigen:
    Will you come to the dance with me?
    Will you marry me?

Let op: In het moderne Engels krijgt will de voorkeur boven shall. 'Shall' wordt vooral gebruikt met I en we om een aanbod of een suggestie te doen, of om advies te vragen (zie bovenstaande voorbeelden). Met de andere personen (you, he, she, they) wordt ´shall' alleen gebruikt in literaire of poëtische situaties, bijv. "With rings on her fingers and bells on her toes, She shall have music wherever she goes."

Het vormen van de eenvoudige toekomende tijd

De eenvoudige toekomstige tijd bestaat uit twee delen: will / shall + de infinitief zonder to

Onderwerp will infinitief zonder to
Bevestigend
I will go
I shall go
Ontkennend
They will not see
They won't see
Vragend
Will she ask?
Vragend ontkennend
Won't they try?
Samentrekkingen

I will = I'll
We will = we'll
You will = you'll
He will = he'll
She will = she'll
They will = they'll
Will not = won't

De vorm "it will" wordt gewoonlijk niet afgekort.

To see: Eenvoudige toekomende tijd

Bevestigend Ontkennend Vragend Vragend ontkennend
I will see I won't see Will I see? Won't I see?
*I shall see   *Shall I see?  
You will see You won't see Will you see? Won't you see?
He will see He won't see Will he see? Won't he see?
We will see We won't see Will we see? Won't we see?
*We shall see   *Shall we see?  
They will see They won't see Will they see? Won't they see?

*Shall is verouderd, maar wordt gewoonlijk nog veel gebruikt in plaats van "will" met de bevestigende of vragen vormen van I en we in bepaalde gevallen (zie boven).