Eigenschappen vergelijken

Als de eigenschappen van twee voorwerpen vergeleken worden, gebruiken we een standaard set constructies.

Als eigenschappen gelijk zijn

Het vergelijken van gelijke eigenschappen is eenvoudig. Om de eigenschappen van twee gelijke voorwerpen te vergelijken, gebruiken we de volgorde:

as + bijvoeglijk naamwoord dat de eigenschap beschrijft + as

Voorbeelden
  • Tom is as tall as his brother.
  • I am as hungry as you are.
  • Sally is as nice as Jane.
Als eigenschappen niet gelijk zijn

Als de twee eigenschappen niet gelijk zijn, zijn er drie constructies met gelijke betekenissen.

Gebruik de volgorde:

not as + bijvoeglijk naamwoord dat de eigenschap beschrijft + as

Of gebruik de volgorde:

less + bijvoeglijk naamwoord dat de eigenschap beschrijft + than : Deze constructie komt meer bij sommige bijvoeglijke naamwoorden voor dan bij andere.

Of gebruik de volgorde:

vergelijkend bijvoeglijk naamwoord + than : Voor deze constructie is het mogelijk nodig om de volgorde van de zin te veranderen of het tegengestelde bijvoeglijk naamwoord te gebruiken.

Voorbeelden
  • Mont Blanc is not as high as Mount Everest.
  • Mont Blanc is less high than Mount Everest.
  • Mont Blanc is lower than Mount Everest.
  • Mount Everest is higher than Mont Blanc.
  • Norway is not as sunny as Thailand.
  • Norway is less sunny than Thailand.
  • Thailand is sunnier than Norway.
  • Norway is cloudier than Thailand.