De komma

Er zijn een aantal algemene regels die je kan toepassen voor het gebruik van de komma. Je zult echter merken dat er in het Engels vele andere manieren zijn om de komma te gebruiken om betekenis aan een zin toe te voegen of om nadruk te leggen op een punt of betekenis.

Hoewel ons vaak geleerd wordt dat komma's gebruikt worden om een 'adempauze' aan de zin toe te voegen, worden ze eigenlijk gebruikt om blokken van gedachtes of logische groeperingen te organiseren. De meeste mensen gebruiken komma's om te zorgen dat de betekenis duidelijk is en zullen, ondanks de grammaticaregels, een komma laten vallen als de betekenis zonder komma ook wel duidelijk is.

Zinnen, woorden of bijzinnen scheiden in opsommingen

Bij het maken van een opsomming zijn komma's de meest voorkomende manier om het ene voorwerp van de opsomming van de andere te scheiden. De laatste twee voorwerpen worden gewoonlijk gescheiden door "and" of "or", die voorafgegaan moeten worden door een komma. Onder editors staat deze laatste komma bekend als de "Oxford Comma".

Een reeks onafhankelijke bijzinnen (zinnen)
Voorbeelden
  • I met Harry, we went for a swim together, and afterwards Harry went home.
  • I like your son, I might even love him, but he is not a very good soccer player.
een reeks zelfstandige naamwoorden
Voorbeelden
  • For dinner I had soup, fish, chicken, dessert, and coffee.
  • This afternoon I went to Oxford Circus, Picadilly, Hamstead, and Gatwick Airport.
een reeks bijvoeglijke naamwoorden

Een reek bijvoeglijke naamwoorden heeft meestal komma's nodig. Maar als een bijvoeglijk naamwoord een ander bijvoeglijk naamwoord wijzigt scheid je ze niet met een komma (zin 3).

Voorbeelden
  • She was young, beautiful, kind, and intelligent.
  • The house we visited was dark, dreary, and run-down.
  • She was wearing a bright red shirt.
een reeks werkwoorden
Voorbeelden
  • Tony ran towards me, fell, yelled, and fainted.
  • The boy leapt, spun, twisted, and dove into the water.
een reeks zinnen
Vooorbeelden
  • The car smashed into the wall, flipped onto its roof, slid along the road, and finally stopped against a tree.
  • The dog leapt into the air, snatched the frisbee in its mouth, landed, and ran off into the forest.

Details omvatten

Gebruik komma's om een onbepaalde relatieve bijzin en andere niet-essentiële details en opmerkingen te omvatten. De komma wordt aan beide kanten van de tussenvoeging geplaatst.

Voorbeelden
  • China, one of the most powerful nations on Earth, has a huge population.
  • Jason's grandmother, who was born in 1930, lived through the Second World War.
  • Cats, unlike dogs, do not respect their masters.
  • My friend, Jim, likes to go scuba diving.

Deelwoordzinnen

Voorbeelden
  • Hearing that her father was in hospital, Jane left work immediately.
  • Walking to the bus stop that morning, Sam knew it was going to be a special day.

Vragen toevoegen

Voorbeelden
  • She lives in Paris, doesn't she?
  • We haven't met, have we?

Tussenwerpsels

Voorbeelden
  • Yes, I will stay a little longer, thank you.
  • No, he isn't like other boys.
  • Wait, I didn't mean to scare you.

Een laatste waarschuwing

Een komma op de verkeerde plek neerzetten kan een zin met een totaal andere betekenis opleveren. Kijk naar de volgende twee zinnen:
I detest liars like you; I believe that honesty is the best policy. = I detest you because you are a liar.
I detest liars, like you; I believe that honesty is the best policy. = You and I both detest liars.