Nabije toekomst | Engelse grammatica | EF

Nabije toekomst

Vorm

Als we het over de nabije toekomst hebben, kunnen we een constructie gebruiken die uit drie elementen bestaat:
het werkwoord "to be", vervoegd in de tegenwoordige tijd + about + de infinitief van het hoofdwerkwoord

Ondewerp + to be + about (or just about) + infinitief
I am about to be sick
They are about to arrive.
It is just about to explode.
To leave, in de nabije toekomst
Bevestigend Ontkennend Vragend Negatief vragend
I am about to leave. I am not about to leave. Am I about to leave? Am I not about to leave?
You are about to leave. You are not about to leave. Are you about to leave? Aren't you about to leave?
He is about to leave. He is not about to leave. Is he about to leave? Isn't he about to leave?
We are about to leave. We aren't about to leave. Are we about to leave? Aren't we about to leave?
They are about to leave. They aren't about to leave. Are they about to leave? Aren't they about to leave?

Functie

Deze constructie wordt gebruikt om te verwijzen naar een tijdstip dat onmiddellijk volgt op het moment van spreken en benadrukt dat de gebeurtenis of handeling zeer binnenkort zal plaatsvinden. We zetten vaak het woord just voor het woord about, wat de onmiddellijkheid van de handeling nog benadrukt.

Voorbeelden
  • She is about to cry.
  • You are about to see something very unusual.
  • I am about to go to a meeting.
  • We are just about to go inside.
  • Sally is just about to jump off that diving board.

Deze constructie kan ook met de eenvoudige verleden tijd van to be gebruikt worden in plaats van de tegenwoordige tijd, om een handeling aan te duiden die naderend was, maar onderbroken werd. Deze constructie wordt vaak gevolgd door when.

Voorbeelden
  • She was about to leave when Jim arrived.
  • When it started to rain, I was about to go out for a walk.
  • I was just about to call her when she walked in.
  • The car was just about to flip over when he regained control.