Onbepaalde lidwoorden

In het Engels zijn er twee onbepaalde lidwoorden, a en an. Net als bij andere lidwoorden zijn onbepaalde lidwoorden onveranderlijk. Je gebruikt of het ene of het andere, afhankelijk van de eerste letter van het op het lidwoord volgende woord. Gebruik a als het volgende woord met een medeklinker begint, of voor woorden die met u en eu beginnen als ze als you klinken. Gebruik an als het volgende woord met een klinker begint (a,e,i,o,u) of met een stomme h.

Voorbeelden
  • a boy
  • an apple
  • a car
  • a helicopter
  • an elephant
  • a big elephant
  • an itchy sweater
  • an ugly duck
  • a european
  • a university
  • a unit
  • an hour
  • an honor

Het onbepaalde lidwoord wordt gebruikt om voor de eerste keer naar iets te verwijzen of om naar een bepaald lid van een groep of klas te verwijzen. Zie hieronder voor enkele voorbeelden van gebruik.

Gebruik a om voor de eerste keer naar iets te verwijzen.

Voorbeelden
  • Would you like a drink?
  • I've finally got a good job.
  • An elephant and a mouse fell in love.
Leden van een groep noemen

Gebruik a bij namen van functies.

Voorbeelden
  • John is a doctor.
  • Mary is training to be an engineer.
  • He wants to be a dancer.

Gebruik a bij nationaliteiten en godsdiensten in het enkelvoud.

Voorbeelden
  • John is an Englishman.
  • Kate is a Catholic.

Gebruik a bij de namen van de dagen van de week als je geen dag in het bijzonder bedoelt.

Voorbeelden
  • I was born on a Thursday.
  • Could I come over on a Saturday sometime?

Gebruik a om naar een voorbeeld van iets te verwijzen.

Voorbeelden
  • The mouse had a tiny nose .
  • The elephant had a long trunk .
  • It was a very strange car .

Gebruik a bij enkelvoudige zelfstandig naamwoorden na de woorden 'what' en 'such'.

Voorbeelden
  • What a shame !
  • She's such a beautiful girl .
  • What a lovely day !

Gebruik a in de betekenis van 'een enkele', als je wilt verwijzen naar een enkel voorwerp of persoon, of een enkele meeteenheid. Het gebruik van "een" in deze zinnen in plaats van het onbepaald lidwoord is grammatisch juist. Het legt de nadruk op het aantal, en contrasteert met andere getallen.

Examples
  • I'd like an orange and two lemons please.
  • I'd like one orange and two lemons please.
  • The burglar took a diamond necklace and some valuable paintings.
  • I can think of a hundred reasons not to come.
  • I need a kilogram of sugar.
  • I need one kilogram of sugar.
  • You can't run a mile in 5 minutes!